Werkveldconferentie Popcultuur 2008

Vrijdag 19 september was er in Leeuwarden de eerste Werkveldconferentie Popcultuur 2008. Deze werkveldconferentie was voorafgaand aan het Freezefestival en geinitieerd vanuit de Academie voor Popcultuur. Doel van de conferentie was om professionals met een specifieke belangstelling voor de populaire cultuur ideeen uit te laten wisselen en mogelijke samenwerking aan te gaan.
De conferentie was opgezet in de vorm van een ‘pressure cooker’: brainstormsessies in denktanks rondom thema’s, met tussentijdse plenaire terugkoppelingen. De thema’s waren

  • ‘out of the box’ (podia/programmeren): veel culturele instellingen en podia zoeken naar manieren om het publiek te verleiden. Hiervoor moeten ze buiten de traditionele kaders treden.
  • ‘consumuitvinder’ (technologie): de consument is de industrie vaak een stap voor op het gebied van innovatie. Een verschijnsel dat op hierop inspeelt is het FabLab (fabrication laboratoria), dat o.a. via internet uitgroeit tot een wereldwijd open source kennisnet
  • ‘new deal’ (economie): door het overgaan naar een netwerksamenleving veranderen allerlei verhoudingen en vindt er een ‘vergruizing’ plaats van de grote instituten naar allerlei kleine eenheden die ‘oncontroleerbaar’ met elkaar samenwerken en geld verdienen.

De denktanks is gevraagd twee vragen als uitgangspunt te nemen: wat is de huidige situatie, en wat zijn de te verwachten ontwikkelingen?

Het aantal deelnemers was fors groter dan verwacht en daarom is de opzet enigszins aangepast. Hierdoor vervielen de plenaire momenten. Dat was wel jammer, alle thema’s hebben raakvlakken en de kruisbestuiving ontbrak. Wel besloot de organisatie dat er op korte termijn een vervolgconferentie komt.

New Deal
Zelf zat ik in een van de twee denktanks over de ‘new deal’. De werkveldaspecten die hierin vertegenwoordigd waren: beeldende kunst, design, programmeur, festivalorganisatie, producent/label, muzikant, radiopresentator, crossmedia, onderwijs (MBO, HBO).
De gedachten die de revue passeerden heb ik hieronder samengevat weergegeven. We hebben het vooral over de grote lijnen gehad en daarbij hier en daar flink gegeneraliseerd. De popartiest (band, solist) heeft in de beschrijvingen de nadruk gekregen, maar wat hieronder staat is ook van toepassing op/te vertalen naar beeldende kunst en literatuur.

Artiest als ‘marketingconcept’
De grote platenmaatschappijen zijn hun impact duidelijk aan het verliezen. Artiesten bij grote maatschappijen zijn in belangrijke mate ‘marketingconcepten’ met een PLC, die door de muziekindustrie zijn ontwikkeld voor grote doelgroepen (lees: grote verdiensten). Hoe authentiek is zo’n artiest? Voor beginnende bands is het tegenwoordig erg moeilijk bij een maatschappij aan de bak te komen en dan ook nog om ‘hun eigen ding’ te blijven doen. Voor veel artiesten is een grote maatschappij daardoor ook niet interessant.

Zelf doen
Daarnaast geven de mogelijkheden van Web 2.0 in combinatie met het steeds makkelijker zelf maken van relatief goede opnames de artiesten de gelegenheid veel zelf te doen. Ze zijn voor de 4 p’s niet meer afhankelijk van de platenmaatschappijen. Ook kunnen ze vrij nauwkeurig hun eigen afzetmarkt in kaart brengen en heel gericht benaderen. Dat wat een artiest niet wil of kan zet hij uit in zijn netwerk, hij bepaalt zelf hoever hij daarin gaat. Op deze manier bewaakt en bewaart hij ook zijn authenticiteit – een belangrijk aspect.
Er lijkt een platenmaatschappij-nieuwe-stijl te zijn ontstaan: klein, netwerkgebaseerd. Die neemt het ‘regelwerk’ over van de artiest, maar blijft wel nauw betrokken.

Interdisciplinair knopen
In de netwerkmaatschappij – met internet als belangrijk middel – vallen op allerlei niveaus grenzen weg, ‘interdisciplinair aan elkaar knopen’ is het nieuwe motto. Je ziet al een tendens van allemaal ‘kleintjes’ die samen één grote maken. De kracht zit hem in de synergie die optreedt door de combinatie en in het feit dat iedereen een relatief kleine investering doet. En door te combineren maak je iets authentieks (unieks), dat verkoopkracht heeft. ‘Interdisciplinair’ heeft hier niet alleen betrekking op kunstvormen (muziek, beeldende kunst, literatuur), maar ook het bedrijfsleven, de consument/genieter, het milieu… En daarin onderscheidt het zich van het aloude ‘Gesammtkunstwerk’.

‘Verdienmodel’
In de werkwijze van Sellaband heeft zich een netwerkgebaseerd ‘verdienmodel’ aangediend: een artiest genereert geld uit zijn netwerk, kan daarmee een productie maken, uitbetaling volgt bij succes. Dit lijkt op het bekende aandelen uitgeven, maar het maar het gaat om kleine(re) bedragen en om rendement op de lange(re) termijn.
Dit model kun je ook weer op het produceren toepassen. Een beginnend artiest haalt uit zijn netwerk een beginnende producer, (web-)designer, etc. die goedkoop/gratis werkt, met de afspraak dat er meer geld komt als de productie succes heeft, of bij de tweede productie. Hier zie je ook dat het niet meteen om het ‘grote geld’ op de korte termijn gaat.
Dit heeft raakvlakken met de tendens dat voor jonge mensen naast geld bevrediging in het werk steeds belangrijker wordt. Doordat ze in netwerken zitten is het relatief gemakkelijk om van baan te veranderen als het ergens niet bevalt.
‘Groei’ speelt ook een rol, in een opwaartse spiraal komen is wel een streven. Uiteraard financieel, maar ook op het gebied van immateriële zaken als creativiteit, persoonlijke ontwikkeling.

Artiest 2008 en verder
Voor een artiest betekent dit een aantal dingen. Weten wat marketing is en dit kunnen toepassen op jezelf en de acties die je onderneemt is belangrijk. Gevoeligheid voor trends, een interdisciplinaire blik, denken in mogelijkheden en het vermogen niet alleen individueel maar ook holistisch te denken zijn belangrijk.
Daarnaast moet je in staat zijn een effectief netwerk op te bouwen en te onderhouden. En natuurlijk moet je keihard werken om je ‘kunstje’ goed te doen. Je moet voor anderen wel interessant zijn om mee samen te werken en uiteraard ook voor de consument/genieter.
In het onderwijs kan dit al een heel eind worden aangeleerd door het organisatorisch en inhoudelijk af te stemmen op het interdisciplinair en netwerkgeorienteerd denken en doen. Dit geeft prachtige mogelijkheden tot samenwerking met de wereld buiten school: andere opleidingen/instituten, bedrijven en instellingen.

Momenteel geen reacties

Nog geen reacties.

RSS met reacties TrackBack identificatie URI

Plaats een reactie